Om te weten. - VogelVereniging Veldhoven

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Om te weten.

Tijdens de lezing in Veldhoven heb ik u beloofd om voor copy voor uw verenigingsblad een algemeen artikel op te sturen. Hierbij het artikel
“10 gulden regels als basis voor een goede (vogel)kanariefok en show”.
1                    Administratie (vorige) fokperiode met bijzonderheden en aandachtspunten.
2                    Aankoop benodigde passende vogels.
3                    Onderhoud broedkooien/nestmateriaal en het (preventief) luis bestrijden.
4                    Selectie ouderparen en het koppelen.
5                    Het in broedconditie brengen.
6                    Fokperiode.
7                    Jonge vogels.
8                    Overgang naar zelfstandigheid.
9                    Ruiperiode naar volwassenheid.
10                 Selectie en voorbereiding voor de show.
 
1 Administratie (vorige) fokperiode met bijzonderheden en aandachtspunten.
Ringnummers beide ouders, jaartal, geboortedatum, kleurslag en erfelijke aanleg, vederlengte, aantal eieren, bevruchting, uitkomst, groei, verenplukken.
2 Aankoop benodigde passende vogels.
Wanneer pop en wanneer man, rekening houdend met erfelijke aanleg, geslachtsgebonden-autosomaal factorenbezit.
3 Onderhoud broedkooien/nestmateriaal en het (preventief) luis bestrijden.
Direct na de fokperiode en ervoor, soorten onderhoudsmiddelen, soorten nestmateriaal, luisbestrijding en combinaties van middelen ter bestrijding van (bloed)luis.
4 Selectie ouderparen en het koppelen.
Selectie afhankelijk van het beoogde doel, fokmethode, invloed van het bioritme.
5 Het in broedconditie brengen.
Leeftijd ouders, invloed licht, -zuurstof, -voeding, gewenning ouders o.a. d.m.v. puttermethode.
6 Fokperiode.
Start- en beoogde einddatum, 2 of 3 rondes, soorten nestmateriaal, eieren rapen, overleggen eieren of jongen, kleine nesten – grote nesten, controle bij het ringen man - pop?
7 Jonge vogels.
Groei in eerste dagen, eiwitbehoefte, invloed van ouders op groei – inprenting, voorkomen verenpikken.
8 Overgang naar zelfstandigheid.
9 Ruiperiode naar volwassenheid.
Aangepast voedsel, behoefte aan silicium, kleurstoffen in de voeding, wanneer kuren?
10 Selectie en voorbereiding voor de show.
Keuze man – pop afhankelijk van kleurslag, africhten, controle bevedering, vermageren – verdikken, africhten, rustgevende voeding, wassen.
 
1         Administratie (vorige) fokperiode met bijzonderheden en aandachtspunten.
Ringnummers beide ouders, jaartal, geboortedatum, kleurslag en erfelijke aanleg, vederlengte, aantal eieren, bevruchting, uitkomst, groei, verenplukken.
De administratie van de fokperiode is een van de belangrijke onderdelen bij het houden van vogels in het algemeen.                                                                                                                                 
Het is immers ons naslagwerk van de vorige periode waar we, zeker als we een goede stam vogels willen opbouwen met regelmaat op terug zullen kijken.                                                           
Zowel voor het samenstellen van de komende ouderparen, als de opgedane ervaring van vogels welke of in TT kwaliteit dan wel op het gebied van fokervaring zich hebben onderscheiden.
Hierbij spelen geboorte datum en erfelijke aanleg een voorname rol.                                              
We selecteren ook op intensiviteit / schimmelbezit en daarmee op vederlengte, naast erfelijke aanleg het split zijn voor een niet zichtbare factor.                                                                                 
Ook eigenschappen die bij de fok van groot belang kunnen zijn, zoals aantal eieren, bevruchting, goed moederschap en veren plukken zullen we moeten noteren.                                                        
Er zijn natuurlijk nog meer belangrijke zaken die we vast moeten leggen en in de komende onderwerpen komen we daar vanzelf op terug.
 
2         Aankoop benodigde passende vogels.
Wanneer pop en wanneer man, rekening houdend met erfelijke aanleg, geslachtsgebonden-autosomaal factorenbezit.
Indien er vogels moeten worden aangeschaft is het van belang rekening te houden met de volgende punten. Ten eerste kopen we wat we nodig hebben, liefst bij een collega fokker waar je nog terug kan/mag komen als je onverhoopt toch een man i.pl.v. een benodigde pop hebt aangeschaft.
Géén emotionele aankoop, waarmee ik wil zeggen dat we iets kopen waar we eigenlijk niets aan hebben, dan wel overbodig zonder aanleiding – noodzaak.                                
We kopen dus passende vogels die aanvullen bij wat er al in ons hok vliegt.                              
Misschien wel het belangrijkste; We kopen alleen gezonde vogels, die na te zijn gecontroleerd pas mee naar huis mogen gaan.                                                                                                                
Mogelijk stellen we als we zien dat het hele bestand bij de bewuste fokker, niet aan onze verwachtingen kan voldoen, de aankoop gewoon uit !.                                                                                                    
Beter niets kopen dan iets wat nooit kan brengen, wat we er van hopen of mogen verwachten.
Bij aankoop vragen naar een mogelijke niet zichtbare aanleg, het resultaat van de ouders waaruit het jong is geboren, de gebruikte voeding en of medicatie, wel of niet geënt tegen vogelpokken – hapziekte, de geboorte datum en daarmee de leeftijd van de vogel.                                                   
Je zal dus bij aankoop heel wat verlangen van de verkoper, immers je moet er een eerlijke prijs voor betalen en dan mag je ook weten wat je mee naar huis neemt.                                                     
Het geslacht is niet alleen afhankelijk van wat je nodig hebt, maar je zou er ook als je al een goede stam hebt opgebouwd je beleid van kunnen maken dat je elk jaar er slechts één nieuwe man bij koopt, dit voor bloedverversing en het in stand houden van een goed geslacht op je hok.
Wil je iets nieuws koop dan meerdere stellen bij een of meerdere fokkers die bewezen hebben dat ze goede vogels bezitten.                                                                                                                      
Kijk niet alleen in de catalogus van een tentoonstelling maar ga ook naar de fokker toe en probeer via zijn administratie belangrijke informatie te krijgen die voor jou van onschatbare waarde kan zijn.
Als voorbeeld geef ik je de fokker van toppers die in maart begint met zijn broedseizoen, terwijl jij bijvoorbeeld al eind mei klaar wil zijn. Je gaat dus al aan het eind van het jaar het licht opvoert om voor het nieuwe jaar de vogels in broedconditie te hebben.                    
Je begrijpt dat de aangeschafte vogels voor jou ongeschikt zijn, ze zijn gewoon te jong, dit moet bijna fout gaan, uitzonderingen daar gelaten, maar dan heb je gewoon geluk gehad.
Andersom kan natuurlijk wel, het is zelfs soms wel fijn te weten dat als jij aan je broedseizoen begint de nieuw aangeschafte vogels allemaal minimaal een jaar of ouder zijn.                           
Koop vogels het liefst ook zo vroeg mogelijk zodat ze wennen aan je hok, je biotoop en het verstrekte voedsel. Je hebt dan ook de gelegenheid als er toch nog iets onverwacht mis dreigt te gaan, pop blijkt bijvoorbeeld man en bij twee aangekochte stellen is het hebben van drie mannen bij een pop ook geen gelukkige aankoop gebleken, je bij de betreffende fokker nog kunt ruilen.
Ook bij de kennis van het erffactoren bezit, bijvoorbeeld van een bruine man split voor satinet, ben je mogelijk nog in de gelegenheid er een passende pop bij aan te schaffen.
 
3         Onderhoud broedkooien/nestmateriaal en het preventief luis bestrijden.
Direct na de fokperiode en ervoor, soorten onderhoudsmiddelen, soorten nestmateriaal, luisbestrijding en combinaties van middelen ter bestrijding van (bloed)luis.
We zouden direct na de fokperiode onze hokken moeten ontsmetten/desinfecteren en doden hiermee zo veel als mogelijk virussen en bacteriën. Wel moet worden gezegd dat veel onderhoudsmiddelen niet actief zijn tegen bloedluis en al zeker niet tegen sporen/eitjes van luis.  Mogelijke onderhoudsmiddelen zijn; Halamid of Dettol in een 5% oplossing, Bleekwater of Ammoniak in een oplossing van 5-10% met een water temperatuur van maximaal 20 graden Celsius, Zout of Soda in een oplossing van 5-10% in heet water.                                                                                 Maar een heel goed alternatief is ook met stoom alle naden bewerken. Luis of sporen van luis ‘ verwarmen’  boven de 60 graden Celsius geeft bijna garantie op het doden van luis en beschadigen van de sporen/eitjes.                                                                                                                                               
Dan zijn er nog de ons bekende producten Ocepou, U2 en U3, Sevin 480 sc, Ardap maar deze zijn omwille van het bezit van carbaryl uit de handel genomen. Hiervoor in de plaats zijn nieuwe producten in de handel gekomen, welke wisselend in kwaliteit zijn.
Ik stel daarom voor een combinatie van producten te gebruiken, naast de preventieve handelingen. Hiervoor is de volgende combinatie een mogelijkheid.                                                                                    
Eerst goed schoonmaken met een desinfecterend onderhoudsmiddel.                                                                      
Daarna het hok preventief behandelen met detamine en/of vloeibare home-shild en de vogels preventief behandelen met ivomectine.                                                                                                                                                      Na twee tot maximaal vier maanden het geheel herhalen en bij het geven van ivermectine dit elke maand herhalen in een oplossing van 3 á 3,1/2 cc per liter water van het middel Normectin Drench te bestellen bij een dierenarts.                                                                                                                                                                               
Een alternatief is als je je hok meerdere dagen leeg kan maken je hokken behandelen met Baygon van Bayer, de groene flacon (spray voor kruipende insecten). Ook is er Byemite via een dierenarts te verkrijgen, luisbestreidingsmiddel voor kippen, dosering 4 cc op een liter water en na een week herhalen.                                                                                                                   
Je moet jezelf dan wel goed beschermen met een masker, mond/neuskapje, handschoenen  en er voor zorgen dat je na twee dagen je een periode van zes a zeven dagen in acht neemt om je hok weer goed te ontluchten en daarna pas de vogels er in terug brengen.                                                                                                                                                                                Alternatief is een product op bio-basis n.l. Natural spray  of Ti-tox Total van Riem.                                              
Vroeger hadden we ook nog tabaksbladeren, gedroogde kamille of vogelmuurt.                                                     
Ook het toevoegen van knoflook poeder aan het krachtvoer heeft een beperkte werking op de ontwikkeling van luis. De luis vindt deze omgeving niet prettig en bij het drinken van vogelbloed wordt de luis minder actief, maar dood gaan ze er NIET van.                                                                                                                                                  
Daarnaast heeft knoflook wel een bloedzuiverende werking voor de vogels.                                                                 
Wat we ook niet mogen vergeten is ongewenst bezoek van muizen.                                                                         
Deze kunnen naast veel onrust in de nacht en daarmee het van de eieren aflopen van de pop, ook ziektes overbrengen met vooral de urine.                                                                                                                                              Ze urineren vele kleine beetjes en bevuilen zo de kooibodem met schadelijke bacteriën en virussen.                                                                                    
Soorten nestmateriaal is nuttig en nodig, vooral bij de bouw van het tweede nest.                                                
Elke vogel begint bijna met de bouw van een stevige buitenkant waarna de binnenzijde met zachter materiaal wordt afgewerkt. Boots dit zo veel als mogelijk na en zorg dat er naast wat stugger nestmateriaal ook wat zachter beschikbaar is voor de afwerking.                                                                                                                           
Zelf geef ik bij de tweede ronde gelijk ook watten, mede ter voorkoming dat de jongen geplukt worden.
4         Selectie ouderparen en het koppelen.
Selectie afhankelijk van het beoogde doel, fokmethode, invloed van het bioritme.
Bij de selectie van het ouderpaar zijn de volgende punten van belang, te beginnen met het doel. Voorbeeld bij kanaries; Willen we intensieve mannnen fokken of schimmel poppen, mozaiek type 1 of 2. Je begrijpt dat dit verschil van doel van wezenlijk belang is voor het koppelen.                                                           
Je kan eigenlijk niet van twee walletjes eten. Je moet dus een keuze maken en afhankelijk daarvan zoek je man en pop uit die elkaar aanvullen, de minder sterke onderdelen van de ene vogel zal door de andere moeten worden opgeheven.                                                                                                                                                              
Het gezegde uit kampioenen kweek je geen kampioen gaat gedeeltelijk op, want vaak slaat de erfelijke aanleg een jaartje over, waarmee ik wil zeggen dat je eigenlijk twee jaar met bijzondere vogels moet kweken alvorens al je moeite beloond wordt.                                                                                                                                                       
Dan is het uiterlijk van de vogel ook afhankelijk van de erfelijke aanleg.                                                                    
Dus een pop heeft een natuurlijke minder diepe lipochroom kleur geel of rood en bij melanine vogels zullen de poppen meer bruin pheomelanine bezit tonen.                                                                                                                  Dat en je doel wetende, wordt de koppeling ‘iets’ eenvoudiger, maar het blijft moeilijk.                                          
We kunnen immers niet in de vogel kijken en weten niet welke erfelijke aanleg er naast het zichtbare nog meer aanwezig is en mogelijk nog belangrijker, hoe staat het met de dominantfactor, op welk moment van de cyclus vindt de paring plaats en hoe verhoudt zich de geslachtsdrift van de man zich tot de pop.                                                                                                                                                                 Al deze factoren bepalen voor een groot deel de uitkomst en in geslacht en in zowel de uiterlijke als innerlijke aanleg van de jongen welke uit deze paring geboren worden.                                                                                         Ik geef een paar voorbeelden. Doel schimmelvogels; beide ouders dragen schimmelbezit, zo fijn mogelijk en mooi verdeeld over het hele lichaam, bij de man ook op de kop en in de borst en geen schimmelkrans in nek van beide vogels. Liever de pop dan de man half intensief.                                                                                                      
Doel Intensief; dan is er een lichte voorkeur voor een intensieve pop met een bijna intensieve man.Voor mozaïek in de poppen lijn; een man met een te kort gespleten masker naast een pop met een kleine oogstreep en beide een diep bezit van lipochroom kleur.                                                                                              
Voor de mozaïek mannenlijn;  een pop met te veel kleur op de kop naar de snavel toelopend en een man met een masker rond de snavel ook eronder, zonder te ver doorlopend achter het oog, dus scherp afgetekend. In de vorm letten we er op dat niet beide vogels kruisende vleugels bezitten, of wenkbrouwen, of een platte kop, of een te zware borst, of een niet sluitende rug bevedering.                                                                                          We controleren ook altijd de bevederingslengte door een veertje uit het midden van de flank te trekken ( recht onder de vleugelbocht) en meten deze met spoel en al.                                                                                                                                                   De gemiddelde veer lengte, van beide oudervogels, moet dan ongeveer 3,6 cm zijn.                                                
Als bij beide vogels de gemiddelde lengte naar 4 cm of meer gaat zullen de jongen nooit een strakke bevedering kunnen laten zien en ligt lumps bezit op de loer.                                                                                                                Bioritme; dit is gebruik maken van de cyclus van de vogel om daarmee de uitkomst deels te kunnen beïnvloeden en de erfelijke aanleg zo goed als mogelijk in je voordeel te kunnen laten werken.                                                    Ook is het mogelijk om volbloed vogels te fokken welke van beide ouders een optimale drift en daarmee ook gezondheid meekrijgen.                                                                                                                                                          Dit onderwerp vraagt een aparte avond met een lezing over het optimaliseren van broeduitkomsten die door vele factoren w.o. het bioritme worden beïnvloed.
5             Het in broedconditie brengen.
                       Leeftijd ouders, invloed licht, -zuurstof, -voeding, gewenning d.m.v. puttermethode.                                     
Misschien wel het belangrijkste aan de periode voorafgaande aan de fokperiode is het in broedconditie brengen van de vogels na een periode van rust. Vooral die vogels die op een tentoonstelling hebben gestaan, moeten op krachten komen. Je moet je realiseren dat elke vogel na een voldoende periode van rust optimaal kan presteren. Daarom ook is het misschien beter als de popjes thuis blijven, als dat tenminste kan, of wel maar een keer naar een TT gaan.                                                                                                                                                                             De voeding is aangepast, zaad voor de rustperiode, waarna opbouwend met ei- krachtvoer om de benodigde extra voedingsstoffen binnen te krijgen welke de ontwikkeling van de conditie optimaal helpt. In de rustperiode is het aantal uren zoals in de natuur 10 of minder per dag. Hierna bepaalt de wens van de liefhebber wanneer en hoe we het licht opvoeren. In een geleidelijke methode van vier tot zes weken of een methode van ineens naar 14/15 uur. Er moet wel een lichtsprong naar minimaal 14 uur gemaakt worden en het liefst in een periode van zes weken of meer. Bij vroeg broeders zou ik dan ook een sprong ineens maken van ongeveer vijf en een half  a zes uur van de 8 a 8 1/2 uur in januari naar ongeveer 14 uur. Later gaat dan het daglicht mee met het voorjaar, naar de zomer daglengte. De 14 uur is overeenkomstig met eind maart.
Vergeet niet de zomertijd en start met het installeren van je lichtklok, vroeg in de morgen die en door de natuur en de zomertijd deels wordt ingelopen. Je bent dan eind mei weer op het nivo van “ moeder natuur” . Gebruik daglicht lampen, lume 96 van Philps, of true-licht lampen met voldoende UV licht hebben de voorkeur.              
Zorg voor een overgang naar het donker zodat de popjes hun nest terug kunnen vinden. Ook een heel klein lampje centraal in het vogelverblijf welke gedurende de nacht aanblijft is welkom. Hou er rekening mee dat gloeilampen in 2011 uit de handel worden genomen en zorg indien je die nodig denkt te hebben je er een voorraadje van aanlegt. Dan de gewenning van het beoogde broedpaar. Vaak willen we te snel man en pop bij elkaar zetten, met als risico dat ze elkaar niet accepteren en er dus door de ruzie ook geen bevruchting plaats zal vinden. Wet is dat de pop bepaald, de kooi is van de pop, zij gaat op haar tijdstip beginnen aan het nest en als ze bijna klaar is is zo ook bereid tot paring en niet eerder!. Tevens is ze dan zelf ook vruchtbaar en op het hoogtepunt van haar cyclus. De man is eigenlijk als hij een goede conditie heeft altijd paringsbereid en drijft de pop tot nestelen en paring. Hier gaat het meestal verkeerd. Om te voorkomen dat de man te fel is en de pop moet wennen aan de man, plaatsen we de man (als de pop het nest bijna klaar heeft!) in een voorzetkooitje met zaad en krachtvoer en geven we de pop op rantsoen zaad. De pop laat zich na verloop van tijd door de man voeren en heeft hem daarmee geaccepteerd. Pas daarna plaatsen we de man bij de pop voor de bevruchting en halen hem gedurende een groot deel van de dag weer weg. Ook tijdens de  broedperiode laten we de pop alleen in de kooi, de man heeft immers zijn werk gedaan en zal voor de pop eerder tot last dan gemak zijn. We noemen dit de puttermethode. De leeftijd van de jonge vogels speelt ook een belangrijke rol. De jonge man en pop moeten minimaal 10 liefst 12 maanden oud zijn, plaats bij een jonge pop een overjarige man die het vorig jaar goed heeft gedaan en andersom bij een overjarige pop een jonge man (vaak met gebruik van de puttermethode).In de periode dat de pop zit te broaden mag de man bij andere ‘ lotgenoten’ (mannen) in een ren ‘ lekker ruzie maken’. Het gezegde een goede haan is niet vet gaat ook voor de vruchtbaarheid van kanaries (vogels) op. De man terug plaatsen kan als de jongen uitkomen. Het liefst de dag voor het uitkomen, waarop bij een goed voerende man hij de pop al zal gaan voeren, zeker als de pop er om vraagt en overjarige poppen doen dat.
Laat de bevruchting van het tweede legsel beginnen op de 9e dag na de geboorte van de jonge vogels. Bij wisselbroed kan je de man dan dagelijks tijdens het voeren even bij de pop met haar jongen zetten.
Op de 15e dag plaats je de jongen op de grond je kan dat controleren omdat de jongen als je in de buurt van de kooi komt nog ‘ duiken’ . Laat vanaf de 17e dag de man erbij en als deze de jongen goed voert neem dan de man met jongen uit de kooi om de pop de nodige rust te geven en met het broeden te laten beginnen. Zelf raap ik de eieren bij de eerste ronde niet en bij de tweede wel om beschadiging of vervuiling te voorkomen.
Je begrijpt dat je als je de man op de 17e dag met jongen weghaalt je de pop haar eieren terug kan geven.
Snelle poppen beginnen al rond de 15e dag met een nieuw nest. Bij het op de kooibodem plaatsen van het oude nest met jongen geef ik op haar eigen plaats de pop een nieuw nest en deze keer met zachter nest materiaal en zo nodig witte watten ter voorkoming van verenpikken.
Zorg voor ventilatie in het hok, minimaal twee keer per dag een half uur goed ventileren/ doorstromen van lucht en daarmee voldoende zuurstof in je hok en ook voor de eieren want deze ‘ademen’ tijdens de groei van het jong in het ei, ook hier worden afvalstoffen deels door ‘uitademen’ via de luchtkamer afgevoerd!
 
6         Fokperiode.
Start- en beoogde einddatum, 2 of 3 rondes, soorten nestmateriaal, eieren rapen, overleggen eieren of jongen, kleine nesten – grote nesten, controle bij het ringen man - pop?
Bij de start van de fokperiode is de beoogde einddatum van cruciaal belang, immers daar hangt van af wanneer we moeten starten met het opvoeren van het licht, de mogelijke voltooiing van het aanschaffen van nieuwe vogels en het klaar hebben van de broedhokken. Ook de keuze voor twee of drie rondes is belangrijk.                                                                                                     Meestal beginnen we met twee maar worden het er om verschillende redenen toch drie rondes.De belangrijkste reden is vaak het niet bevrucht zijn van het eerste  of tweede legsel.                                             Dit ligt bijna altijd aan ons zelf.                                                                                                                                            
Als we de broedcyclus goed in de gaten houden en niet hebben geforceerd met de paring, zullen de eieren vrijwel altijd bezet zijn. De soorten nestmateriaal en het eieren rapen zijn spelenderwijs al even aan de orde gekomen, dus gaan we over naar het overleggen van eieren of jongen, soms uit nood geboren, soms omdat we het gewoon plannen.                                                                                                                                                                Bij het overleggen van eieren is het hebben van meerdere kleurslagen en uitkomst, n.l. je legt de eieren zo over dat je bij uitkomst kunt zien dat de overgelegde eieren uit zijn gekomen. Bijvoorbeeld geel bij melanine of wit of postuur of een andere zichtbare kleurslag.                                                                                                                          
Je kan ook overleggen bij verschil in grootte van de eieren, dus herkenbaarheid, echter weet je dan bij het uitkomen alleen dat ze uit het andere nest zijn, daarna is het een puzzeltje geworden en zijn de jongen helaas niet meer herkenbaar. Wat wel ‘ nuttig is’  dat we roodogen over leggen twee dagen eerder dat de eieren van het pleeggezin waardoor deze een kleine voorsprong hebben op de eigen jongen.                                                                                                                                                              
Dan is er nog het overleggen omdat in het ene nest slechts twee en in het andere bijvoorbeeld vijf bevruchte eieren liggen.                                                                                                                                                                           Naast het zojuist besproken is het van belang dat er in elk nest liefst drie en maximaal vier jongen liggen, bij vijf loop je het risico dat er een achterblijft die daar gedurende de rest van het vogelleven last van kan hebben. Vaak komt het niet eens zo ver en is de vogel al dood in de eerste of tweede levensweek.                                                                                                                                                               Dan het ringen wat gebeurd op de vijfde dag, vooral te herkennen aan het moment dat de jongen op de rand van het nest beginnen te poepen. Je kan dan bij het ringen gelijk controleren of je mannen en/of poppen in het nest hebt liggen. Aan de cloaca is n.l. al te zien of we met een mannetje (ringetje) of popje (onderzijde glad) te maken hebben. Ook zijn de pootjes van het popje fijner.                                                                                                  Maak hier aantekeningen van en na verloop van tijd vergis je je steeds minder, want het is wel even een leerproces.                                                                                                                                                                                  Dan het overleggen van de jongen. Beter is het overleggen van de eieren en als het dan jongen moeten zijn het liefst een jong dat een dag ouder is dan de eigen jongen van pleegmoeder i.v.m. het sperren.  
Dan nog een puntje, indien de pop haar eieren (meestal eerste ei) niet kwijt kan.                                                    
Zet zo’n pop warm in een ziekenkooi of plaats ze in een TT kooi met een laagje zand dat je hebt opgewarmd in een magnetron waarna de kooi op de verwarming wordt gezet, meetal zal na enkele uren het ei gelegd zijn. Wacht tot het droog is en blaas dan het zand ervan af en breng pop en ei naar de eigen kooi.
 
7         Jonge vogels.
Groei in eerste dagen, eiwitbehoefte, invloed van ouders op groei – inprenting, voorkomen verenpikken.
Voor dat de jongen in het nest liggen zullen ze eerst uit het ei moeten komen en omdat te vergemakkelijken houden we de vochtigheid in onze broedruimte goed in de gaten. Bij een vochtigheidsgraad van minder dan 70% zullen we twee dagen voor het uitkomen de eieren moeten bevochtigen met lauw/warm water.40graden!                                                                                                                            We hebben jonge vogels en besteden dus veel aandacht aan deze leuke periode tijdens de broedtijd.             
Maar juist nu zouden we de vogels alle rust moeten geven, immers ze willen hun nageslacht beschermen en als ze dan (te) vaak worden gestoord help je de ouders niet hun werk goed te doen.                                                    Hierbij gelden de belangrijke drie R’s n.l. rust, regelmaat en reinheid.                                                                          
Als je dan toch dagelijks in het nest wilt kijken doe het dan als je voert liefst in de avond bij de laatste voerronde. Mochten er jongen dood zijn gegaan, dan kan je deze nog voor de nacht te verwijderen.                             
Het geven van ei- krachtvoer doe je het liefst in de vroege morgen en lopende de dag nog een keer, geef nadat de jongen geringd zijn in de avond allen extra (deels gekiemd/geweekt) zaad zodat ze de nacht beter door kunnen komen.                                                                                                                                                                            
De vertering van zaden duurt ongeveer twee uur langer dan ei- krachtvoer en dus komen de jongen gemakkelijker de nacht door.                                                                                                                                                                                                De jongen groeien hard in de eerste dagen en overeenkomstig is er behoefte aan eiwit.Toch moet gezegd worden dat de eiwit behoefte van de jongen in de eerste dagen een oplopend karakter vertoond van 6-9 % op de eerste dag bij kanaries en veel zaadetende tropen tot 19 % op de 9e dag waarna het na de 16e dag terug zakt en er een eiwitbehoefte van gemiddeld 16,2% en blijft tot aan de volwassenheid.                                                                                              
We hebben het dan wel over volwaardige essentiële eiwitten.                                                                                        
Zorg er voor, dat de voeding in de eerste dagen wat lichter verteerbaar is, wij geven onze baby’s ook een flesje melk de eerste maanden en geen ‘patatje oorlog’.                                                                                                     Belangrijker dan een goed percentage eiwitten is het met regelmaat voldoende krijgen van voeding, dus zorgzame ouders die hun jongen overeenkomstig met regelmaat over de hele dag voeren.                                         Na enkele dagen kan je beginnen met dagelijks wat vogelmuur of verse gehakte peterselie (mag ook gedroogde in water gewelde peterselie zijn)  te verstrekken echter in kleine hoeveelheden en het liefst uit je eigen tuin. Het helpt de vogel het voer op te rispen en draagt bij aan de gezondheid van de jongen.                                                                                                                      Ook voor het nageslacht is een goed voerende pop al of niet gesteund door de man van belang, want naast erfelijke aanleg is inprenting gedurende deze tijd ook belangrijk.                                                                           Water aanzuren met het liefst een natuurlijk zuur (citroenzuur of appelazijn) op een of twee dagen per week helpt de schimmmelstokken in de krop voorkomen en remt de ontwikkeling van ziektekiemen. Maar het geven van zuurkoolsap MET PROBIOTICA is nog veel beter door het drinkwater. Probiotica helpt het evenwicht in de darmen op peil te houden en met name jongen tot de 8e dag zijn daar ZEER gevoelig voor, zei hebben immers nog geen weerstand op kunnen bouwen.                                                                                                                       
Veren pikken is vaak erfelijk bezit van de vogel(s) en dus moeilijk te voorkomen. Denk wel aan zacht nestmateriaal voor het bouwen van het nest in de tweede ronde.                                                                                  En ook het op tijd handelen door de jongen te verplaatsen en daarna verwijderen naar een voorzetkooitje of met de (pleeg) vader naar een aparte kooi met jongen van gelijke leeftijd helpt.                                                       Als de jongen slecht groeien controleer dan eerst het nest op de aanwezigheid van luis en neem passende maatregelen, voor meer dan 50% ligt daar het probleem.
8         Overgang naar zelfstandigheid.
Overgang naar zelfstandigheid, aangepast ei- krachtvoer naar zaad, hulp pleegvader, wennen aan TT kooi.
We hebben de jongen al of niet met (pleeg) vader in een voorzetkooi dan wel jongerenkooi geplaatst.              
We geven ei- krachtvoer en mengen er een deel geweekt/kiemzaad door en een deel gewoon zaad.                                   
Zorg er voor dat we twee keer per dag schoon water geven.                                                                                             
We kunnen nu goed beoordelen of ze zelfstandig worden, waarna we ze in een ruime vlucht plaatsen.                                                                                                                                                               Hier kunnen ze zich verder lichamelijk ontwikkelen, vooral spieren en daarmee vorm/grootte kunnen zich positief ontwikkelen. Ook kunnen we de vogels met (pleeg) vader na de broedkooi een week in een TT kooi plaatsen, wat later bij het opkooien voor de TT de gewenning vereenvoudigd.                                                          
Na dat de vogels in een vlucht geplaatst zijn, zal vrij snel de jeugdrui beginnen.                                                       
In deze periode mag het eivoer veel eiwitten bevatten, immers in een korte tijd zullen bijna alle veren (op de grote vleugel en staartpennen na) ruien en daar is veel eiwit naast kalk voor nodig. De behoefte is tevens naast een volwaardig ei- krachtvoer en zaad een aardappel!! (dagelijks 100 gram per 100 vogels is een goed gemiddelde)  of enkele blaadjes brandnetel, het kroontje en liefst vers uit de eigen tuin geplukt.                                                                                                                                                                               
Dit betreft de behoefte aan silicium, welke voor de bouw van de veren in de ruiperiode groot is, naast de behoefte aan silicium werkt brandnetel ook als een tonicum en is bloedzuiverend.                                                                                                                Geef de vogels in deze periode zoveel groen en of fruit dat dit binnen twee uur helemaal op is, verwijder het overgeblevene en verminder dan de portiegrootte.                                                                                                             Laat de jonge vogels dagelijks baden, maar laat het badje nooit langer dan een half uurtje staan.                        
Ze weten snel genoeg dat het weer wordt weggehaald en zullen er naar behoefte gebruik van maken.                   
Ook als ze in de vlucht zitten is het ophangen van een open TT kooi aan te bevelen en daar wat ‘lekkers’ in leggen. Zo zullen ze spelenderwijs aan de TT kooi wennen.
9         Ruiperiode naar volwassenheid.
Aangepast voedsel behoefte aan silicium, kleurstoffen in de voeding, wanneer kuren?
In het vorige deel hebben we de behoefte aan silicium al besproken, dit moet gepaard gaan met voldoende calcium en vitamine AD om een optimale opname te garanderen.                                                                              Dus naast een goede zaadmengeling en ei- krachtvoer zal er (altijd) grit en maagkiezel beschikbaar moeten zijn, in deze periode is sepia en piksteen met aragide klei een welkome aanvulling.                                                                  Mocht je de sepia zelf op het strand gevonden hebben, zorg er dan wel voor dat je het schoon spoelt, het zout mag erin blijven, de vogels zullen het waarderen. Hang de sepia hoog op zodat het niet met ontlasing kan worden bevuild.                                                                                                                                                                        
De bijna volledige rui vraagt veel van de weerstand van de nog jonge vogel en zal met een goed samengestelde  voeding moeten worden ondersteund. De voeding zal ook de nodige kleurstoffen moeten bevatten waardoor de aanmaak van melanine en lipochroom kleur optimaal in de bevedering afgezet kan worden.                                                                 
Is de veer eenmaal gevormd, dan kan de kleur van een veer nauwelijks meer veranderen.                                                            
Een uitgegroeide dus volledig gevormde veer is dan ‘dood’ materiaal geworden en kan alleen nog in het biotoop iets verdiepen dan wel verbleken.                                                                                                                                         Vleugel en staartpennen ruien tijdens de jeugdrui niet. De in het nest gevormde vleugel en staartpennen zullen in de uiting van die kleur blijvend zijn. Dat wetende, zou je in het nest en ook daarvoor bij het vormen van de eieren, zeg maar als de pop haar nest begint te bouwen, eigenlijk iets meer kleurstof in de voeding moeten geven, echter de aanleg van het jong en daarmee het vermogen deze kleurstof ook af te zetten in de bevedering zal van doorslaggevende betekenis zijn.  Vaak kuren we jonge vogels met ESB-3 om mogelijke ziektes te voorkomen, echter als een vogel gezond is dit natuurlijk overbodig.                                                                                                                                                                   
Wel het enten van kanaries tegen vogelpokken of hapziekte is een must .
10     
Keuze man – pop afhankelijk van kleurslag, africhten, controle bevedering, vermageren – verdikken, africhten, rustgevende voeding, wassen.
De selectie wordt deels onbewust in het nest gemaakt, sterke jongen zullen overeenkomstig vaak goed uitgroeien en in ieder geval qua vorm, houding en conditie geschikt zijn om naar een tentoonstelling gestuurd te worden.   Maar het uiterlijk wat we toetsen aan de standaardeisen van de NBvV geeft toch wel de doorslag. Eigenlijk zal je voor je eigen kleurslag de standaardeis altijd paraat moeten hebben en je eigen maken.      
Nadat we een eerste selectie hebben gemaakt, kooien we deze vogels minimaal zes weken voor de (eerste) show op. Bij het in de TT kooi plaatsen controleren we secuur alle veren.                                                             Kapotte pennen worden verwijderd en bij mozaïekkanaries zal hiervan een aantekening  worden gemaakt om deze pas vlak voor de TT, anders dan bij de niet mozaïeken te verwijderen.                                                                   Er kunnen ook vogels zijn die mogelijk wat te vet zijn of te magertjes.                                                                          
We hebben dan zes weken de tijd dit euvel op te lossen, door of een schrale voeding te geven en het water iets zuurder te maken, voor de ‘ vette vogels’. Dan wel om de voeding zo aan te passen met wat vettere zaadsoorten zoals haver en lijnzaad en extra eiwitten zodat de vogels wat meer vetreserve in het lichaam kunnen op slaan. Bij te vette vogels geve we dagelijks een stukje komkommer en een klein blaadje seldrie.                                                                                                              
Veel soorten moeten nog wennen aan zo’n kleine behuizing en vliegen de eerste dagen constant tegen de tralies aan. Om beschadiging te voorkomen plaatsen we een schermpje aan de binnenzijde van de kooitralies .                                 
Bij de wat onrustige vogels nemen we de kooi regelmatig in onze handen en verplaatsen de kooi dagelijks. Op enkele dagen voor de show geven we bovenop het zaad een beetje ei- krachtvoer met daarin geweekt maanzaad. Er zijn meerdere cholin bevattende middeltjes in de handel die stress helpen onderdrukken. Ook het wennen aan TL verlichting welke op de keurtafel wordt gebruikt is zeer nuttig. Regelmatig onder zo’n lamp zetten helpt gewenning en de vogels zullen zich tijdens zo’n kunstlicht keuring beter gedragen en zich daarmee onderscheiden van de concurrenten, bijkomend voordeel is dan dat vaak ook de bevedering strakker zal worden gedragen en dat is gewoon een punt in het eindtotaal winst.                                                                      
Voor veel lichte vogels en zeker die met een witte grondkleur is wassen (helaas) nodig.                                                           
De vogels welke van zichzelf het witste zijn zullen hierbij een voorsprong hebben op de andere en zal de wasbeurt net dat kleine beetje verschil ressorteren tussen jouw vogel en de andere welke naast hem of haar op de keurtafel staan.                                                                                                                                                                   
Geef in de aanloop naar de show de vogel de gelegenheid regelmatig te baden, dan wel de vogel nat te spuiten en doe in het water een beetje eucalyptus reiniger, dit is geschikt voor alle TT vogels.                                         Twee dagen voor de TT spuiten met warm water waarin per liter een theelepeltje Dettol is opgelost voor de glans op de bevedering en het doden van vedermijt.
 
Ik wens u in 2017 een mooi resultaat op de show en voor 2017 een goed fokresultaat toe .
Met vriendelijke groet en mogelijk tot ziens,
Kees Diepstraten, keurmeester kleuren postuurkanaries van de NBvV. COM keurmeester sectie D kleurkanaries. Secretaris district Zuid-Holland, secretaris Technische Commissie kleur/postuurkanaries, secretaris VSC-vereniging speciaalclubs NBvV.
Henk Dries, keurmeester kleuren postuurkanaries van de NBvV.
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu